Laatste Nieuws

23-05-2019
Rendabel maken van vermogen
Het resultaat uit overige werkzaamheden wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal,

23-05-2019
Kamervragen belastingheffing van dga
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de mogelijke toepassing in Nederland van een Scandinavisch model voor het belasten van winst en inkomen

23-05-2019
Heretikettering auto van de zaak
Een ondernemer heeft de mogelijkheid om vermogensbestanddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt als ondernemings- of als


 

 

Algemeen nieuws

Geen tariefdifferentiatie overdrachtsbelasting (14-03-2019)
Bron: Ministerie van Financiƫn | publicatie | 2019-0000033537 | 14-03-2019

In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de fiscale behandeling van verhuurde woningen. Een van de vragen is of de staatssecretaris bereid is vastgoedportefeuilles die meer dan drie woningen bevatten altijd in box 1 in plaats van in box 3 te belasten, bijvoorbeeld door een dergelijke portefeuille als onderneming aan te merken. De staatssecretaris wijst op de rangorde van de Wet IB 2001. Aan de hand van feiten en omstandigheden wordt beoordeeld of het gaat om ondernemingsvermogen, om resultaat uit overige werkzaamheden of om beleggingen die in box 3 vallen. De staatssecretaris wijst erop dat aan de Eerste en Tweede Kamer toezeggingen zijn gedaan om onderzoek te doen naar een andere wijze van belastingheffing over huurinkomsten uit onroerende zaken. Het doel van dat onderzoek is niet om beleggen in woningen fiscaal minder aantrekkelijk te maken, maar om varianten in beeld te brengen die kunnen bijdragen aan een beter belastingstelsel.

Het tarief voor de overdrachtsbelasting, dat is de belasting die betaald moet worden bij verkrijging van bestaande onroerende zaken, bedraagt 2% voor woningen en 6% voor andere onroerende zaken. De staatssecretaris ziet niets in een gevarieerd tarief voor de overdrachtsbelasting om het voor beleggers minder interessant te maken om woningen te kopen voor de verhuur. Een dergelijke variatie zou moeten bestaan uit een nultarief voor starters op de woningmarkt en een hoger tarief van bijvoorbeeld 10% voor derde en verdere woningen. Volgens de staatssecretaris leidt dat tot ingewikkelde regelgeving en het risico van ontwijking van het hoge tarief door middel van constructies.

Terug