Laatste Nieuws

16-11-2018
Tweede Kamer neemt Belastingplan 2019 aan
De Tweede Kamer heeft de wetsvoorstellen, die gezamenlijk het Belastingplan 2019 vormen, aangenomen. Het gaat om de wetsvoorstellen Belastingplan

15-11-2018
Btw-heffing kortingsbonnen
Per 1 januari 2019 verandert de wet- en regelgeving voor de heffing van omzetbelasting ten aanzien van vouchers. Dat is het gevolg van een aanpassing

15-11-2018
Vrijstelling assurantiebelasting voor brede weersverzekering
Het kabinet wil de brede weersverzekering voor landbouwers aantrekkelijker maken door deze vrij te stellen van assurantiebelasting. Dat heeft de


 

 

Algemeen nieuws

Geen matiging transitievergoeding bij ontslag kort voor pensioen (25-10-2018)
Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR20181845, 17/04833 | 25-10-2018

Wanneer een dienstbetrekking wordt beƫindigd op initiatief van de werkgever heeft de werknemer recht op een transitievergoeding als de dienstbetrekking langer dan 24 maanden heeft geduurd. De wettelijke regeling van de transitievergoeding is van dwingend recht. Dat betekent dat daarvan niet mag worden afgeweken. De voorwaarden voor het recht op een transitievergoeding en de regels voor de berekening van de hoogte van de vergoeding zijn nauwkeurig in de wet omschreven. Door het abstracte en gestandaardiseerde karakter van de regeling van de transitievergoeding is niet van belang of de werknemer na het eindigen van de arbeidsovereenkomst werkloos is of een andere baan heeft gevonden. Ook werknemers van wie de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd na meer dan twee jaren van ziekte hebben recht op een transitievergoeding.

Op basis van de wettelijk regeling heeft een werknemer, die kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt ontslagen, mogelijk recht op een transitievergoeding die hoger is dan het loon dat hij zou hebben ontvangen wanneer hij in dienst zou zijn gebleven. Dat is geen reden om de vergoeding te matigen. Een afbouw van de vergoeding, zoals destijds in de kantonrechtersformule was opgenomen, heeft de wetgever voor de transitievergoeding klaarblijkelijk niet gewild. De rechter moet de bevoegdheid om op basis van de redelijkheid en billijkheid de transitievergoeding te matigen terughoudend gebruiken, gezien het dwingendrechtelijke karakter van de regeling.

Terug